Hieperdepiep hoera (…) mrt05

Hieperdepiep hoera (…)...

Kan dat eigenlijk wel? Hieperdepiep hoera zeggen over iemand die vandaag 92 jaar zou zijn geworden, ware het niet dat hij al in 1991 is overleden. Ons vader. Gerard van Bakel. Ik ben zijn jongste dochter en naar hem vernoemd. Afgelopen weekend met een aantal van mijn zussen samen gegeten. Als een soort eerbetoon, al kwam hij niet echt ter sprake. Er zijn allerlei andere issues en hij is ook al heel lang dood. Hij was 64 jaar toen hij stierf en dat vond ik toen best oud. Niet echt hoogbejaard en ook niet dat ik dacht het is wel mooi geweest, maar ook niet echt shocking jong. Ik was tenslotte pas 25 jaar en 64 leek eindeloos ver weg. En ook nog zo’n getal uit een liedje van de Beatles. Toen de vader van een goede vriendin in de zomer van 2017 overleed op 64-jarige leeftijd leek het ineens veel jonger. Pas tijdens de uitvaart drong het ineens tot me door. Zo oud, of zo jong eigenlijk was ons vader ook. En nu mijn zussen een voor een de zestig induiken en ik vorige maand 53 ben geworden, klinkt 64 jaar steeds jonger. Het had natuurlijk gekund, dat mijn ouders allebei nog zouden leven. Het komt voor. Hoe zou dat dan nu zijn? Hoe zou hij eruit zien? Soms mijmer ik erover hoe het voor mijn kinderen zou zijn geweest als zij hun opa wel zouden hebben gekend. Zou dat een mooie band zijn geweest? Is het erg dat zij hem moeten missen? Mis ik hem wel eens? Ik zeg altijd ik voel me thirtysomething, mijn ideale leeftijd en toen was mijn vader al geruime tijd dood. Maar soms zou ik wel even terug willen naar die tijd voor zijn dood, de jaren...

Blue Monday of gewoon nog effe de pest in jan22

Blue Monday of gewoon nog effe de pest in...

Heb ik nu last van een uitgebreide versie van Blue Monday of Verloren Maandag of is het toch die after-accident-low spirits golf? Misschien een beetje van alles. Soms kijk ik even terug naar die ochtend van 14 november, de foto’s, de berichten die ik de wereld in stuurde, de blog die ik erover schreef. Dan roep ik al die heftige emoties weer op. De angst om dood te gaan tijdens de tweede rol, de angst dat de auto zou ontploffen, de angst dat de ambulance die ons 200 km over een grindweg naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis bracht ook in een slippartij zou raken – twee keer zoveel geluk hebben daar levend uit te komen leek me iets teveel gevraagd. De angst dat Peter toch iets in zijn nek zou hebben gebroken. De opluchting die volgde. De aardige mensen in het ziekenhuis, de guesthouse, Peter’s collega, de man die onze spullen kwam brengen en bovenal mijn zus en mijn zwager die onmiddelijk naar ons toekwamen. Tel je zegeningen. En dat deed ik volop. Ik had immers alleen blauwe plekken, beurse botten, schrammen en schaafwonden. En vooral die laatsten genazen snel onder de Afrikaanse zon. Zorg had ik vooral om Peter en hoewel hij herhadelijk vroeg hoe het met mij ging en vond dat de dokters daar ook wat meer aandacht aan moesten besteden, dacht ik steeds: met mij komt alles goed. Ik heb niks gebroken. En een ruime week nadat we thuis waren gekomen, stopte ik met mijn dagelijkse dosis Ibuprofen. Ik ging weer naar de sportschool en aan het werk. Maar tijdens mijn tweede bezoek aan de oefentherapeut viel me wel op – en het viel tegen ook – dat ik mijn linkerarm niet op mijn rug kon leggen. In ieder geval met heel...

Ons moeder’s verjaardag jan05

Ons moeder’s verjaardag...

Vandaag zou je 90 jaar zijn geworden. Maar dit is inmiddels de derde verjaardag die je niet meer meemaakt. Die steeds minder mensen van jouw generatie meemaken. Het rijtje van jouw broers, zussen en kouwekanters wordt elk jaar kleiner. Nog vier zijn er over, want dit jaar overleed ook je jongste zusje. Bij jouw begrafenis sprak ze in de kapel nog namens de Sprengers. Zo snel kan het gaan. Ik denk niet dagelijks aan je, ik droom niet van je en ik zie je ook nooit ogenschijnlijk ergens lopen. Dat heb ik met ons vader in het begin wel gehad. En van Elsa heb ik zeker drie keer nog gedroomd. Maar als ik aan je denk, komen er wel veel beelden naar boven en ik denk dat ik je stem nog goed zou herkennen. Soms kom ik jouw jaartal tegen. Zoals laatst toen ik iemand interviewde voor de radio die ook in 1929 geboren was en in 1966 met vrijwilligerswerk was begonnen en nog steeds helpt bij het rondbrengen van maaltijden. Die vrolijk vertelde over de APK die hij daags voor kerst moest ondergaan. Wij hielden dit jaar ons kerstdiner op eerste kerstdag. Ook weer zonder jou. En dan vraag ik me soms even af, stel dat…? Je nog geleefd had, geen last van dementie zou hebben gehad, hoe had je dan hier aan tafel kunnen zitten tussen Annie en Esther in. Je had ongewtijfeld een kaarsje voor me gebrand tijdens onze reis in Afrika. En misschien was die gedachten alleen al wel genoeg. Vier het leven, elke dag opnieuw. -wordt vervolgd....

2019 here we come jan02

2019 here we come

Zeven weken geleden. Drie-en-half keer over de kop. Daarna een single-minded thought: get out of that car. Later gehoord dat auto’s niet zo gauw ontploffen en/of in de brand vliegen als in de film, maar toch…wist die auto van ons dat ook? Ik wist het niet en vandaar mijn paniek. Die momenten waren intens en de eerste nacht heb ik er ook niet van geslapen, maar sindsdien merk ik er weinig van. Afgezien van wat fysieke pijn en blauwe plekken. Soms waarschuwen mensen me dat het maanden later nog op kan gaan spelen. Goed bedoeld ongetwijfeld, maar ik kan er niet zoveel mee. Soms komt het op me over dat men eigenlijk van me verwacht dat ik als een zielig hoopje in de hoek lig. Maar ik prijs me elke dag gelukkig dat ik er nog ben, dat Peter en nog is en dat we samen weer een nieuw jaar zijn ingestapt. Tegelijkertijd ben ik nog niet echt teruggekeerd naar mijn oude niveau. Mijn podcastserie ligt een beetje te verstoffen en mijn radiowerk heeft ook een nieuwe impuls nodig en ik wil weer gaan schilderen. Maar het komt er allemaal niet zo van. Het is al zeven weken geleden zeg ik dan tegen mezelf. Get busy. Het is pas zeven weken geleden, zegt dan de andere kant van mijn brein. Het lijf heeft nog wat rust en heling nodig. Pas op de plaats. Niks mis mee. Maar rust roest ook, denk ik dan stiekem. Ik ga dus een lijst maken van  dingen die ik wil doen de komende week: Kledingkast opruimen; Podcastaflevering afmaken; Schilderij beginnen; Woensdag 9 januari is de nieuwe peildatum, dan is het al (!) acht weken. Elke week drie goede voornemens en dan gebeurt er toch heel wat in januari. 2019...

For better and worse nov27

For better and worse

Vandaag is het 28 jaar geleden dat we ‘Gerry en Peter’ werden. Dat wisten we toen nog niet. Het was een etentje bij mij thuis: preitaart met tomaten/gehaktsaus. Hij bracht een fles rode wijn mee en een rode roos. En dat bleef zo. Jarenlang kocht hij – mede uit principe – nooit een bos bloemen voor me, maar wel af en toe een enkele rode roos. Ik zie hem nog staan. Zwarte leren jas, dikke beige trui. Hoofd een beetje scheef. We zaten de hele nacht te praten en het bleef verder bij zoenen. Dat was in 1990. Nu is 2018. Zijn we al ruim 26 jaar getrouwd, hebben twee (volwassen!) zonen en houden we nog steeds van elkaar. We hebben in totaal acht jaar in het buitenland gewoond (2 jaar LA, 2 jaar Brussel en 4 jaar Houston). We verhuisden verder van Amsterdam naar Leiden, waar we nog steeds wonen. We hebben het goed samen. Hij daagt me uit om anders te kijken, stimuleert me om op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden en is zelfs over zijn eigen schaduw gesprongen en verblijdde me voor mijn veertigste verjaardag met twee katjes. En bijna was ik hem kwijt. Ik voel me een zondagskind, letterlijk want ik ben op een zondag geboren, maar ook door wat het leven me heeft gegeven. ‘Life ain’t fair’ hoor je vaak en dan dacht ik wel eens stiekem: ik hoop het niet, want: I’ve got a lot to pay then. Twee weken geleden dacht ik heel even dat ‘payback time’ was aangebroken. Een heftig auto-ongeluk op de een-na-laatste dag van onze vakantie in Namibië zette mijn wereld op zijn kop. We zijn er allebei goed uitgekomen, maar ik iets beter dan mijn lief. Vandaag 28 jaar samen en ik...